De 8 lessen van mindfulness op de basisschool groep 7 zijn afgerond. Wij (Annemieke en ik) kijken er op een positieve manier op terug. Er waren momenten dat het ook wel eens lastig was en dat de stof en oefeningen die we voor ogen hadden niet altijd leken aan te komen. Dit probeerden we zoveel mogelijk op de groepen aan te passen.

Als ik er zo op terugkijk dan zou ik de aandacht van de klas in 3 groepen willen verdelen. Een stille groep, waarvan ik mij af vraag wat er binnenkomt. Een groep die actief meedoet en goed feedback kan geven en een groep die erg onrustig is en heel veel moeite met de stilte hebben. Het is natuurlijk ook goed voor te stellen dat de oefeningen die we doen soms vreemd over komen, want waarom zou je nu stil en aandachtig moeten zijn. Deze vraag kan volgens mij alleen maar beantwoord worden door te ervaren en hiermee de NIEUWSGIERIGHEID te prikkelen om meer van iets te willen weten.

Als ik een voorbeeld geef over een jongetje die niet altijd op een positieve manier aanwezig was in de klas, vroeg na de oefening over “gedachten”, hoe gedachten er nu eigenlijk uit zien als je daar naar zou kijken. Hier kon ik alleen een antwoord op geven hoe dat voor mij was en dat dat voor een ieder weer anders kan zijn. Daarna stelde ik hem de wedervraag, of hij de komende week voor zichzelf eens zou kunnen onderzoeken hoe zijn gedachten er uit zien. Daar komen we dan de volgende keer op terug. Uit zijn reactie kon ik opmerken dat zijn “nieuwsgierigheid” geprikkeld was. Bij sommige kinderen krijg je heel gedetailleerd terug wat ze tijdens een oefening hebben opgemerkt. Dit soms tot hun eigen verbazing en bij momenten ook bij mij.

Wat naar mijn idee ook van belang is, is dat de kinderen niet het gevoel hebben dat ze hun ziel en zaligheid hoeven te delen in de klas. Het is spelen met aandacht en je mag de ervaring gewoon voor jezelf houden en daarin vooral opmerken en nieuwsgierig onderzoeken wat werkt voor jou om met situaties om te gaan die wel eens lastig zijn. Dan betrek je volgens mij ook een groep kinderen die letterlijk thuis of op school in een lastige situatie zitten.

Op die manier is er denk ik bij een ieder wel een zaadje geplant en dat zelfs bij de meest stoere, rumoerige en onrustige leerling een moment is waarop ze op een bepaalde manier gebruik kunnen maken van wat we de afgelopen periode hebben geleerd en gedaan met elkaar.

Erik van den Bos